De Kennisdagen zijn verdeeld in zeven blokken van vier aaneengesloten lesdagen. In elk blok staat één specifiek orgaanstelsel centraal. De eerste lesdag richt zich op de anatomie en fysiologie — oftewel het gezonde lichaam. Tijdens de drie daaropvolgende lesdagen behandelen we de meestvoorkomende aandoeningen binnen dat orgaanstelsel.
Elke lesdag start met een korte huiswerktoets, gevolgd door een uitgebreide bespreking van de theorie. Vervolgens gaan we praktisch aan de slag met realistische casussen waarin triage centraal staat: het inschatten van de urgentie waarmee een patiënt door een arts moet worden gezien.
Dankzij deze combinatie van theorie en praktijk bereiden we je optimaal voor op het werkveld van de doktersassistent.